Small textMedium textMaximum text
 
Het Pensioenfonds
 
 

Beleid
In Nederland bestaat het pensioenstelsel uit drie pijlers. De AOW, de eerste pijler, komt van de Nederlandse overheid. De ingangsdatum van de AOW is afhankelijk van de geboortedatum. De AOW wordt gefinancierd volgens het omslagstelsel. Dit betekent dat de AOW betaald wordt uit de lopende premieontvangsten (belastingen). Meer informatie hierover vindt u op svb.nl. In de tweede pijler bouw je via je werkgever een ouderdomspensioen op. Pensioen is een arbeidsvoorwaarde. Uitvoering van de pensioenregeling is door Sweco ondergebracht bij Stichting Pensioenfonds Grontmij (SPG). Op deze website vind je veel informatie over de pensioenregeling bij SPG.
In de derde pijler kunt u eventueel zelf voor extra pensioen zorgen. Dit kan door bijvoorbeeld een lijfrenteverzekering af te sluiten of te sparen.

Het pensioen in de tweede pijler staat in Nederland in de belangstelling. Welke zekerheden kunnen deelnemers over de toekomst van hun pensioen verwachten? Dat er geen garanties gegeven kunnen worden, wordt steeds duidelijker. De levensverwachting van de gemiddelde Nederlander wordt steeds hoger. Hierdoor zijn de pensioenpremies toegenomen.

De financiële positie van het pensioenfonds is in grote mate afhankelijk van de rente en de gerealiseerde rendementen op de financiële markten.

Om waardevaste pensioenen te kunnen bieden, moet het pensioenfonds een goed rendement realiseren op de beleggingen. Om de ingelegde premie te laten groeien, moet risico genomen worden. Het bestuur heeft daarom beleggingsbeleid vastgesteld (zie bijlage 3 van de ABTN). De vaste kaders in dit beleid worden nauwkeurig gevolgd en gewogen. Pensioenfondsen staan onder controle van De Nederlandsche Bank.

Eén van de middelen waarmee pensioenfondsen hun financiële positie aangeven is de dekkingsgraad. De dekkingsgraad is de verhouding tussen het vermogen van het pensioenfonds en alle financiële verplichtingen in de toekomst. De dekkingsgraad kan zich grillig bewegen. Een schommeling van enkele procentpunten van de ene op de andere dag kan voorkomen. Een dalende rente betekent een dalende dekkingsgraad. Het effect van dalende en stijgende rentes wordt gedempt, omdat het SPG een strategie hanteert waarbij het renterisico voor een deel wordt beperkt. Gaat de rente omhoog dan gaat ook de dekkingsgraad omhoog.

Datzelfde geldt, zij het in mindere mate, voor de aandelenkoersen. Bij dalende aandelenkoersen daalt het vermogen en dus de dekkingsgraad. Bij stijgende aandelenkoersen stijgt het vermogen en de dekkingsgraad. De dekkingsgraad is dus steeds een momentopname. Maandelijks wordt de gemiddelde dekkingsgraad over de laatste 12 maanden gepubliceerd op de website. Dit is de beleidsdekkingsgraad.
 
De toenemende levensverwachting en de schommelingen van de dekkingsgraad van het pensioenfonds (door de ontwikkeling op de financiële markten) hebben grote invloed op de opbouw van pensioenen. Sweco, als werkgever, kan zich niet veroorloven om de gevolgen hiervan op te vangen door hogere premies te betalen of door incidentele bijstortingen in de kas van het pensioenfonds. Sweco staat dus niet garant voor de compensatie van een mogelijk tekort in de pensioenkas. Tekorten worden opgevangen door alle (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden.

De pensioenregeling moet voorzien in een heel lange periode in het leven van een deelnemer. Het pensioenfonds moet voor een jonge werknemer kunnen overzien of deze later genoeg pensioen heeft opgebouwd. In deze lange periode kunnen veel onvoorziene gebeurtenissen plaatsvinden. Daarbij komt nog de periode dat de werknemer daadwerkelijk met pensioen is. Ook in die periode kunnen veel onvoorziene gebeurtenissen plaatsvinden.

Privacybeleid| Copyright 2016 ActuIT